Franse Antillen
Halverwege de oostelijke keten van Caribische eilanden liggen aan weerskanten van Dominica Guadeloupe en Martinique, na Trinidad de grootste eilanden van de Kleine Antillen. Ze vormen het hart van het Frans-Caribisch gebied en stralen in ieder aspect van het dagelijks leven een pittige Creoolse sfeer uit, of het nu gaat om het doorgaande ritme van de zouk-muziek, de rappe Creoolse taal, de plaatselijke keuken of het kleurrijke madraskatoen waarvan de ingewikkelde vrouwenhoofdtooien gemaakt zijn. De kleinere Franse gebiedsdelen St. Barthélemy (St. Barts in het engels) en St. Martin (half Frans, half Nederlands) liggen 240 km verderop tussen de Nederlandse eilanden en voormalige Britse leewards. Hier vindt u een wat traditionelere manier van leven, meer geënt op la métropole, zoals moederland Frankrijk genoemd wordt.
De eerste Franse kolonie in het Caribisch gebied werd gesticht op St. Kitts, in 1624, een jaar na de Engelse nederzetting. Tien jaar later vielen de ambitieuze Franse kolonisten dapper de Cannibal Isles aan en tusesn 1635 en 1636 wisten ze voet aan grond te krijgen op Guadeloupe en Martinique. De introductie van de suikercultuur in de tweede helft van de 17e eeuw was het begin van l'age d'or blance ('de eeuw van het witte goud') en de Franse expansie oostwaarts in de Caribische keten en noordwaarts tot St. Dominque, het huidige Haïti. Terwijl de slavenschepen hun menselijke lading brachten voor de bwerking van de enorme suikerruitvelden, stroomde het geld binnen bij de planters. St. Pierre op Martinique ontwikkelde zich tot ee nvan de meest welvarende en modieuze steden in de regio.
Het ging natuurlijk niet altijd van een leien dakje. Groot-Britannië zaagde bij iedere gelegenheid aan de Franse stoelpoten en wist in de 18e eeuw door een combinatie van verdragen en bruut geweld vrijwel alle Franse bezittingen in het Caribisch gebied te bemachtigen.
Ironisch genoeg riep het ancien régime op Martinique de vijand te hulp toen de Franse Revolutie de afschaffing van de slavernij verordende. Twintig jaar bestuurden de Britten het land zonder de slavernij af te schaffen. In 1802 voerde Napoleon, wiens vrouw Joséphine de Beauharnais uit een familie van Martinikaanse planters stamde, opnieuw de slavernij in. Dit leidde overal tot chaos en op Haïti en Gaudeloupe tot opstanden. De wet werd pas in 1848 ingetrokken en de plantages trokken ter vervanging van de bevrijde slaven Oost-Indische contractarbeiders aan.
In tegenstelling tot de Britse eilanden, die in de 20e eeuw vrijwel stuk voor stuk onafhankelijk werden, heeft Frankrijk de Caribische bezittingen behouden. Guadeloupe en Martinique zijn semi-autonome overzeese régions in het Franse staatsbestel. De eilanders hebben dezelfde rechten als hun landgenoten op het vasteland: hebben vertegenwoordigers in de Assemblée Nationale in Parijs, stemmen in Franse verkiezingen en profiteren van de aanzienlijke Franse overheidssteun. Hierdoor is de levensstandaard hier veel hoger dan elders in de regio.
Indrukwekkende vulkanische uitbarstingen hebben Guadeloupe en Martinique van de zeebodem opgedrukt. Beide eilanden hebben prachtige bergketens vol groen regenwoud, omgeven door suikerrietvelden en bananenplantages. Er zijn goed ontwikkelde toeristen complexen aan zandstranden en toevluchtsoorden in de bergen, bruisende havensteden en pittoreske visseshaventjes, waar de vangst van de dag zo van de boot in de pan gekiept wordt. Het is heerlijk eenvoudig om de heuvels in te vluchten, mede dankzij de uitstekende, door de Franse regering bekostige wegen. Wat de VVV's ook beweren, als u geen Frans spreekt heet u een woordenboekje nodig. Engels wordt niet veel gesproken, zelfs niet in de belangrijkste toeristenoorden.
St. Barthélemy en St. Martin zijn geografisch en cultureel ver verwijderd van hun grotere zusters. Ze vallen niettemin onder het bestuur van Guadeloupe. De eilanden hebben nooit een plantagecultuur gehad en zijn dientengevolge meer Frans dan Frans-Caribisch, met een hoog percentage Franse emigranten. Helaas heeft de plaatstelijke cultuur het afgelegd tegen het toerisme, zowel het chique mondaine soort op St. Barthélemy als het meer toegankelijke St. Martin. Maar prima eten, schitterende stranden en het vooruitzicht van plezier in de zon met een Franse knipoog, heet ook zijn charme.
Klik op de foto's voor meer